Begeleiding

 
De AWBZ functies Begeleiding Groep (dagbesteding), Begeleiding Individueel en Kortdurend Verblijf (logeeropvang/vakantieopvang) zijn vanaf 1 januari 2013 een gemeentelijke taak. In 2013 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle nieuwe klanten. Vanaf 2014 ook voor alle bestaande klanten. Begeleiding in een instelling (intramurale begeleiding) blijft binnen de AWBZ. De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek (incl. Eemnes) pakken de voorbereiding van de decentralisatie begeleiding gezamenlijk op.
 
Van een recht op zorg naar een plicht tot compensatie
Begeleiding is nu een verzekerd recht. In de nieuwe situatie valt het onder de compensatieplicht van de Wet maatschappelijke ondersteuning (artikel 4 Wmo). De gemeente is met de nieuwe taak verplicht om een persoon die beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in staat te stellen “dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijk leven te structureren en daarover regie te voeren.
 
Gemeenten krijgen de volgende nieuwe verantwoordelijkheden:
  • de wettelijke verantwoordelijkheid verschuift van het rijk naar de gemeente;
  • het budget gaat van het rijk naar de gemeente;
  • de administratieve afhandeling en controle gaat van het Zorgkantoor naar de gemeente;
  • de toegangsbepaling gaat van het Centrum indicatiestelling zorg (Ciz) en Bureau jeugdzorg (Bjz) naar de gemeente;
  • de controle op de kwaliteit gaat van de Inspectie voor de gezondheidszorg over naar de gemeente.
De vraag centraal
Gemeenten staan voor behoorlijke uitdagingen. Kort gezegd verwacht de wetgever dat gemeenten de komende jaren ‘meer met minder’ kunnen bereiken: gemeenten krijgen minder middelen om vergelijkbare wettelijke taken beter uit te voeren. Het uitgangspunt van de wetgever is dat gemeenten burgers beter kunnen ondersteunen doordat gemeenten in staat zijn de eigen mogelijkheden van burgers en hun netwerk aan te spreken en maatwerk in de directe omgeving te realiseren. Ook kunnen gemeenten verbindingen leggen met andere domeinen, zoals werk, economie, onderwijs, de bijstand of het woonbeleid.
 
De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hebben een gezamenlijke visie op de Wmo vastgesteld. Door goed samen te werken ondersteunen we mensen optimaal bij het zoveel mogelijk zelfstandig en in eigen regie deelnemen in onze samenleving. Daarbij stellen de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek de mogelijkheden en behoeften van mensen centraal in plaats van hun beperkingen. De gemeenten willen dat elk mens de mogelijkheid heeft om te wonen, werken, leren, deelnemen aan sport en activiteiten en vrienden kan worden en blijven met mensen. Kortom: elk mens heeft de mogelijkheid om mee te doen met de samenleving.
 
Samenwerking Gooi en Vechtstreek
De taken en verantwoordelijkheden die op de gemeenten afkomen vragen om de volgende redenen om regionale samenwerking vanuit onze Wmo visie:
  • regionale schaal van aanbieders van voorzieningen;
  • omvang van de taken en verantwoordelijkheden;
  • snelheid van de decentralisaties (er is nu al inzet nodig);
  • gezamenlijke scholing en expertiseontwikkeling om dubbel werk te voorkomen;
  • zorg en ondersteuning wordt regelmatig buiten de eigen woongemeente afgenomen;
  • taken, activiteiten en doelen overlappen en raken elkaar.
De regionale aanpak van de decentralisatie begeleiding wordt aangestuurd door de bestuurlijke Taskforce Wmo. De Taskforce bestaat uit vier wethouders wonen, welzijn en zorg van de gemeenten Bussum, Hilversum, Huizen en Wijdemeren. De Taskforce Wmo stuurt een ambtelijke werkgroep aan. De decentralisatie is belegd bij het Intergemeentelijk Bureau van het gewest Gooi en Vechtstreek en is opgedeeld in drie fases:
  • Fase 1: Oriëntatiefase (start oktober 2011, einde datum wetgeving februari 2012)
  • Fase 2: Ontwikkelfase (start datum wetgeving februari 2012, einde augustus 2012)
  • Fase 3: Implementatiefase (start augustus 2012, einde datum inwerkingtreding)
Interactieve beleidsvorming
De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek betrekken klanten en aanbieders intensief bij alle drie de fases. Daarvoor organiseren de gemeenten binnen iedere fase verschillende consultatierondes met klanten, aanbieders en andere partijen. In de oriëntatiefase brengen de gemeenten de behoeften van klanten in kaart en gaan de gemeenten na welke belemmeringen klanten in het huidige systeem ervaren. Aanbieders vragen de gemeenten in de oriëntatiefase over de dagelijkse zorgpraktijk, de bedrijfsvoering en wat zij van de gemeenten verwachten. Het resultaat van de oriëntatiefase zal een rapport zijn waarin een zo compleet mogelijk beeld van begeleiding in de gemeenten van de Gooi en Vechtstreek wordt gegeven. Aan de hand van deze kwantitatieve en kwalitatieve informatie zullen verschillende beleidsscenario’s worden geschetst in fase 2 die na besluitvorming zullen leiden tot het inkopen van begeleiding voor 2013.
 
Contactpersoon

De heer H. Uneken 
Telefoonnummer: 06-22737544
E-mailadres: begeleiding@gg-v.nl
 
 
De heer J. van Slooten
Telefoonnummer: 06-22737582
E-mailadres: begeleiding@gg-v.nl