Aanpassing Wet Publieke Gezondheid

De veiligheidsregio’s laten samenvallen met de werkgebieden van de GGD; meer afstemming tussen het landelijke en het lokale preventiebeleid en prenatale voorlichting. Het zijn de drie onderdelen voor de wijziging in de Wet Publieke Gezondheid die minister Klink van VWS op 15 september aan de Tweede Kamer voorlegde.
 
Na de instemming van de Tweede Kamer op 20 september jongstleden wordt het voorstel binnenkort naar de Eerste Kamer gestuurd. Dan zal duidelijk worden wanneer de wetswijziging ingaat. Op 1 juli 2010 is artikel 5a van de WPG (preventieve ouderengezondheidszorg) al in werking getreden.
 
Preventie in beleid
De rijksoverheid formuleert één keer in de vier jaar het landelijk beleid inzake de collectieve preventie; eind 2010 verschijnt naar verwachting de volgende preventienota. Waar liggen de problemen en waar moet preventie zich op richten. Gemeenten formuleren vervolgens hun eigen preventiebeleid in een nota lokaal gezondheidsbeleid. Gemeenten in Gooi en Vechtstreek gebruiken de Nota Regionaal Gezondheidsbeleid hiervoor als kapstok. Landelijke speerpunten worden hierin, zo mogelijk, meegenomen.
Met de wetswijziging wil de Minister de preventiecyclus verankeren en versterken en de uitvoering van de gemeentelijke nota gezondheidsbeleid bevorderen. Juist op lokaal niveau kan naar samenwerking en het samengaan van belangen worden gezocht, gemeenten hebben daarbij een belangrijke regie- en aanjaagrol. In de wet is opgenomen dat gemeenten in hun nota concreet aangeven (vergelijkbaar met de Wmo): de gemeentelijke doelstellingen, welke acties worden ondernomen en welke resultaten de gemeente wil bereiken.
Bovendien wil de minister de termijn voor het vaststellen van het lokaal gezondheidsbeleid flexibeler maken en de start aan laten sluiten op de verschijning van het landelijk preventiebeleid. “De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast.” Dit om meer onderlinge afstemming mogelijk te maken tussen landelijk en lokaal beleid. "Vervlechting van doelstellingen is van groot belang", aldus de minister. De verplichting om een nota Gezondheidsbeleid vast te stellen én de vierjaarlijkse cyclus blijven overeind. De Inspectie voor de Gezondheidszorg blijft hier op toezien.
 
Prenatale voorlichting
Gemeenten krijgen een wettelijke verantwoordelijkheid bij het organiseren van prenatale voorlichting. De middelen hiervoor zijn per 1 januari 2009 al van de AWBZ overgeheveld naar de gemeenten via de Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin. Door prenatale voorlichting worden aanstaande ouders geïnformeerd over wat komen gaat en waar zij terecht kunnen voor vragen, advies, hulp en ondersteuning rondom de zwangerschap, de bevalling en de periode daarna. In de regio Gooi & Vechtstreek is het ambtelijk werkverband gezondheidszorg aan het onderzoeken hoe deze taak in de regio wordt ingevuld.
 
Preventieve ouderengezondheidszorg
Op 1 juli 2010 is artikel 5a van de WPG in werking getreden. Hierin is de verantwoordelijkheid van gemeenten voor ouderengezondheidszorg vastgelegd. Het gaat om de volgende taken: (1) Het systematisch volgen en signaleren van de gezondheid van ouderen en gezondheidsbevorderende en bedreigende factoren; (2) het ramen van de behoeften aan zorg; (3) vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als co-morbiditeit; (4) het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; (5) het formuleren van maatregelen om gezondheidsbedreigingen te beïnvloeden. Dit onderwerp komt aan de orde in de eerder genoemde nota Regionaal Gezondheidsbeleid, die door de GGD wordt ontwikkeld.
Bron: nieuwsbrief GGD Nederland