Gewest pleit voor verstedelijking aan de oostkant van Almere

Op 6 juli heeft gedelegeerde Milo Schoenmaker namens de 9 gemeenten van Gooi en Vechtstreek een Manifest aan minister Eurlings aangeboden waarin gepleit wordt voor voldoende woningbouw, bedrijventerreinen en openbaar vervoer aan de oostzijde van Almere.  Hij deed dit tijdens het overleg van de minister met het Utrechts Verkeer en Vervoer Beraad, waarvan het gewest ook deel uitmaakt. Minister Eurlings is coördinerend minister voor alle plannen voor de Randstad, waaronder de verdere doorgroei van Almere met 60.000 woningen en 100.000 arbeidsplaatsen. Het Kabinet zal begin oktober hierover besluiten nemen.
 
Het Manifest is ook aan het college van Almere gestuurd met het verzoek om overleg daarover.
 
 
Almere kiest in de op 26 juni gepubliceerde structuurvisie voor een sterke verstedelijking aan de westkant. Aan de oostzijde, nabij het Gooi en de provincie Utrecht, wil Almere naast de kern Almere-Hout voornamelijk landelijke woonmilieus in lage dichtheden realiseren.
 
 
Onze portefeuillehouders zijn tevreden dat Almere nu al rekening houdt met de behoeften van het Gooi en de provincie Utrecht op lange termijn. Maar zij brengen met het Manifest duidelijk naar voren dat de ontwikkeling van Almere-oost nu al aangepakt dient te worden met het oplossen van knelpunten op de A27. Op langere termijn zal niet alleen de A27 verbreed moeten worden, maar ook een wegverbinding naar de A28 bij Nijkerk gerealiseerd moeten worden (de ‘A30’). Hiervoor is minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat verantwoordelijk.
 
Met het manifest dringt het gewest er bij Almere ook op aan de geplande woningbouw en bedrijvigheid in Almere-oost in voldoende dichtheden te realiseren om een hoogwaardig openbaar vervoer systeem mogelijk te maken. De woning- en arbeidsmarkt van Almere, het Gooi en Utrecht zullen steeds meer verweven raken en een goed openbaar vervoer daartussen in de vorm van vrijliggende busbanen en later als lightrail is dan een ‘must’.
 
Het Manifest wordt ook ondersteund door de Gooise woningbouwcorporaties, de Kamer van Koophandel voor Gooi, Eem- en Flevoland en de bestuurders van de Noordvleugel Utrecht.