Q-koorts, een infectie veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, is bij mensen al sinds de eerste helft van de vorige eeuw bekend. De bacterie komt in ons land vooral voor bij melkgeiten en melkschapen, en kan vervolgens via deze dieren op de mens worden overgedragen. Mensen kunnen elkaar niet besmetten. Het meeste risico op besmeting is tijdens de lammerperiode, van februari tot en met mei.
Van de mensen die met de bacterie besmet worden wordt iets minder dan de helft daadwerkelijk ziek. De belangrijkste ziekteverschijnselen zijn algemene malaise, koorts, flinke hoofdpijn en vaak ook spierpijn. In Nederland kwam de ziekte tot 2007 sporadisch voor. Uit onderzoek blijkt dat in de tijd voor 2007 bij ongeveer 2% van de Nederlandse bevolking antistoffen tegen de bacterie aanwezig waren, wat wil zeggen dat er maar op beperkte schaal blootstelling aan de bacterie is geweest.
Dat is nu heel anders. Het aantal ziektegevallen is vanaf 2007 dramatisch gestegen met als oorzaak de grootschalige blootstelling tengevolge van de intensieve veehouderij. In 2009 werden er in Nederland 2356 patiënten gemeld, en ook in 2010 zijn er tot nu toe 256 patiënten bijgekomen, alle genomen maatregelen ten spijt. De ook op mondiale schaal unieke epidemie van Q-koorts speelt zich tot op heden vooral af in het zuidelijke deel van het land, met Brabant als epicentrum.
Q-koorts in Gooi en Vechtstreek
In Gooi en Vechtstreek is het een probleem van beperkte omvang: in 2009 werden bij de GGD drie patiënten met Q-koorts gemeld, die de besmetting allen buiten de regio opgelopen bleken te hebben. Wel werd er met enige regelmaat gebeld over het onderwerp met als belangrijkste vragen of het wel veilig was om Brabant als vakantiebestemming te kiezen en wat het risico is van het bezoeken van een kinderboerderij. De verwachting is dat het probleem in onze regio beperkt zal blijven. Er is hier immers geen intensieve geiten- of schapenveehouderij. Wel houden de medewerkers infectieziektebestrijding van de GGD de vinger aan de pols. Zo werden alle kinderboerderijen in de regio van (hygiëne)instructies en informatie voorzien; het zelfde geldt voor het Goois Natuurreservaat. Ondanks de maatregelen die inmiddels genomen zijn (het grootschalig vaccineren van geiten en het ruimen van besmette bedrijven) zal het nog wel even duren voordat de bacterie zover teruggedrongen is dat het aantal ziektegevallen weer naar het van oudsher gebruikelijke niveau zakt. Over de intensieve veehouderij, die nu flink ter discussie staat, is het laatste woord nog niet gesproken. Meer informatie: Jacqueline Sleven, arts infectieziektebestrijding